Jeroen & Linda Down Under

En toen...

Nou, de gebeden zijn verhoord, de weg van Camooweal naar Mount Isa werd dezelfde dag nog, voor 17.00 uur, geopend! Ik lag heerlijk te slapen, even een tukkie aan het doen, omdat ik mezelf toch wel moe voel weer de afgelopen dagen, terwijl Jeroen weer de sportschoenen had aangetrokken en een rondje is gaan rennen. Voor mijn gevoel lag ik nog geen 15 minuten met mijn ogen dicht, toen ik Jeroen hoorde roepen; ‘liefie, liefie! De weg is weer open!' Dit was om 16.45 uur ongeveer en om 17.00 zaten we beiden voorin de auto op weg om zo snel mogelijk langs het heikelpunt te rijden. No way dat we hier morgen weer vast gaan zitten!
Om 19.00 uur reden we langs Mount Isa, de enige grote plaats in een straal van 700 kilometer, er zat zelfs een McDonalds, maar we wilden zover mogelijk zien te komen en ondanks dat het donker was en het keihard regende, besloten we nog verder te rijden naar een rest area 61 kilometer verderop. Dit was best nog een spannende rit, want er staan geen lantaarnpalen langs de weg en Mount Isa heet natuurlijk niet voor niets Mount Isa, dit was een behoorlijk smalle weg wat door bergen heen kronkelde en wanneer er tegenverkeer kwam, met name de roadtrains, was het duimen dat we niets zouden raken. En dan nog niet eens gesproken over de dieren die we tegen hadden kunnen komen!
Toen we na 61 kilometer de rest area bereikten, was ik dan ook maar al te blij! En bovendien zag de area er redelijk goed uit en er stonden gelukkig nog 2 auto's om te kamperen. Het was onze tweede keer op een rest area en we vinden het best spannend om ergens alleen te gaan staan. Toen we een uurtje stonden werden we echter vergezeld door de Deense jongens, die we al tegen waren gekomen bij Camooweal en die toen ook op dezelfde camping een powered site hadden geboekt. Het geld wat we daar hebben betaald, hebben we overigens niet eens teruggekregen, ookal zijn we eerder vertrokken!
Vanmorgen om 07.15 uur werd ik redelijk uitgerust wakker. Ik had echt heerlijk geslapen met het gekletter op onze camper op de achtergrond. Om 08.15 zijn we wederom vol goede moed vertrokken. Na 60 kilometer kwamen we in Cloncurry, waar we de tank hebben volgegooid en weer een heerlijk kop koffie hebben gehaald. De prijzen van benzine dalen gestaag naarmate we verder naar de kust rijden, ook al gaat dit dan one step at a time!
Cloncurry is een redelijke stad voor de outback, heeft zelfs meerdere straten en een aantal bars en hotels. Schijnbaar is de hoogste temperatuur ooit in Australië hier gemeten; ruim 53 graden. Nou, daar merken we nu weinig van! Het is wel warm, denk rond de 26 graden ofzo, maar het is bewolkt en het regent, dus het dubbele red je bij lange na niet! Met de warme koffie in onze auto kwamen we aan bij het eind van het dorp, wat toch zeker 2 kilometer verderop ligt. En wat zien we daar? Het leek wel een déja vu, met warme koffie en al, een bord waarop stond beschreven; Flinders Highway closed, Landsborough Highway closed. NEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEE!!! Niet weer! Dat meen je niet!
Op zoek naar het poltiiebureau, maar deze was gesloten... naar the post office voor internet dan maar... ook gesloten! Het, op het eerste gezicht, redelijke stadje bleek in het weekend totaal doods te zijn... zelfs geen politie! Pff... Wat een gehucht zeg! In een of ander hotel/public bar konden we gelukkig wel (goedkoop) internetten, dus gauw de road information bekeken... De Flinders Highway, die we eerst zouden nemen, is op 2 plaatsen overstroomd en de Landsborough Highway, die ondertussen de route betrof die we wilden nemen ivm alle regenvoorspellingen rond Airlie Beach (de bounty eilanden aan de kust), was op 1 plek hier vlakbij overstroomd. Nou dat moest toch wel meevallen? We besloten te wachten op de plek waar het bord stond met de informatie en.... daar staan we nu nog steeds! Het is onderhand avond en we staan hier weer met dezelfde Denen en een ander paar (uit Frankrijk/Zwitserland) waar we gisteren ook mee stonden. We hebben ze ondertussen wat meer leren kennen, want ja, we hebben toch niets beters te doen dan te zitten wachten! Het is nog best gezellig ook, maar nu willen we toch liever weer verder gaan hoor! De informatie die we tot nu toe hebben doorgekregen van truckers is dat het water op de Landsborough Highway ruim 80 centimeter hoog staat en dat zelfs road trains er niet doorheen durven. Er is één auto geweest die het geprobeerd heeft, maar dat is uitgelopen op een reddingsactie, want ze zaten 3 uur lang vast in het water! Het wordt nu dus heel hard duimen dat morgenochtend de weg wel open is! En als de Flinders Highway eerder opengaat, nemen we toch die, alles beter dan hier blijven!
We kregen trouwens ook allemaal mails van bezorgde mensen, waaronder mn pappie en Elsje, dat er in Japan een aardbeving is geweest en dat tsunami's allerlei ellende heeft veroorzaakt. Echt verschrikkelijk wat daar gebeurd is! Het bleek dat er ook een alarm was uitgegaan voor Australië, maar die is weer ingetrokken heb ik op het nieuws gelezen. Maar maak je allemaal maar geen zorgen hoor; we zitten veilig en vanaf hier gaan we alleen maar verder naar het zuiden, weg van de kust. We reizen wel naar de kust, in het oosten, maar daar zullen de tsunami's niet inslaan, als deze al zouden komen! So... no worries nog steeds! Maar we zijn wel blij als we hier weer weg kunnen en dan ook verder kunnen komen dan 1 of 2 uur rijden :)

Xxx

Ow in al dit ‘slechte'nieuws vergeet ik helemaal te vertellen over gisteren toen we in het post office op internet zaten om onze blogs te plaatsen! Dat is wel weer een hoogtepuntje geweest. We zaten nietsvermoedend te internetten, toen de dame achter de counter vroeg of we een kangoeroe wilden zien. Ja tuurlijk willen we dat! Had niet verwacht dat ze daadwerkelijk met een baby-kangoeroe aan zou komen lopen verwikkeld in een tas. Echt zo lief! Zijn moeder is doodgereden door een auto en nu voedt deze mevrouw hem op totdat ze hem in het wild loslaat. We hebben hem vastgehouden en geknuffeld. Elmo heet ie... om niet meer te vergeten! Zie de foto's! :)

Flooded; we zitten vast!

Hoi allemaal,

Momenteel hebben wij alle tijd van de wereld, want we zitten vast in een klein plaatsje Camooweal. Om half 8 vanmorgen zijn wij vol goede moed op pad gegaan. Het had de hele nacht geregend, en hard ook, maar waar wij zaten leek alles prima in orde, dus op naar Queensland! We hadden nog geen koffie gedronken, omdat we op een rest area sliepen, dus dat wordt wachten op het eerste stadje wat we tegenkomen; Camooweal, 200 kilometer verderop. Na 2 uur rijden bereikten we het plaatsje en hebben we onszelf op een volle tank en koffie getrakteerd. Dit hadden wij wel nodig na 2 uur met regen, donkere wolken en plat grasland om ons heen. We moeten wel wakker blijven!
Na het tanken en met de warme koffie nog in onze auto gingen we op weg naar de Barkly Highway om onze weg te vervolgens in Queensland. Camooweal ligt net over de grens in Queensland, dus dat hebben we in ieder geval gehaald! Maar ja, we waren nog geen 8 kilometer onderweg, zien we iets midden op de weg... Toen het dichterbij kwam bleek het om een bord te gaan; 'the road is closed'. Huh? Lezen we dit nu goed? Ja de weg is dicht. De snelweg, de enige weg naar de oostkust, is dicht. K*T!! Wat nu?
Terug naar het dorpje en op naar het poltiebureau. Die wist ons te vertellen dat de weg net een uur geleden is gesloten.. hadden we wat eerder geweest, hadden we er dus nog door gekund! Maar wij hebben een 4WD, kunnen we er dan nog steeds niet door? Nee, zei de agent, als je over de ene creek heen komt en het water stijgt daarna, en de creek erna kom je niet over, dan zit je vast tussen 2 creeks en zit je daar tussen in, misschien wel dagen, vast. Bovendien is het verboden en kun je een boete krijgen van 10.000 dollar. Ooooow, nou dat risico nemen we maar niet dan! Op internet gekeken hoe het met de voorspellingen staat dan maar... vandaag gaat de weg in elk geval niet meer open. Als het blijft regenen zoals nu, dan kan het morgen wel weer, want het valt nu wel mee! We gaan de komende uren dus heel hard duimen dat de weg morgen opengaat, want afgezien van een tankstation, een postkantoor, een winkel en een pub, valt hier niets te beleven! En terug kunnen we ook niet, want die weg is nu ook afgesloten haha. Ach, ik zie de lol er wel van in, dit is het leven in Australie!
We hebben vanmorgen wel nog iets leuks meegemaakt, want ongeveer 45 minuten rijden voor Camooweal hebben we 3 kangoeroes van dichtbij mogen meemaken. Ze sprongen over de weg. Heb er ook foto's van gemaakt, dus ook wat leukers te bekijken dan alleen regen en overstromingen.

Cheers allemaal! Duimen jullie voor ons?
Dan gaan wij ons voegen bij de andere 3 auto's (met Denen, een Fransman,een Zwitserse en Duitsers) die allemaal in hetzelfde schuitje zitten. Tis best gezellig hoor ;)

xx

Roadreport van de regering:
Barkly Highway - Inca Creek. The following roads are closed to all vehicles. Barkly Hwy between Mt Isa and Camooweal &Camooweal to the Northern Territory Border. (11/03/11)

Alice Springs en de weg naar Queensland

Hey allemaal!

Momenteel verblijven wij op een parkeerplaats, een rest-area zoals ik eerder heb beschreven, midden in de outback, 240 kilometer voor Queensland. Jullie zullen begrijpen dat we geen internet hebben en daarom heb ik besloten gisteren en vandaag in 1 verhaal samen te voegen. Anders wordt het wel heel veel inhalen voor jullie! En zoveel hebben we toch niet beleefd, aangezien Alice Springs geen boeiende stad is en de outback veel van hetzelfde ;-).
Toch hebben we wel wat te vertellen natuurlijk, anders had je dit nu niet zitten lezen!
De dag dat we in Alice Springs wakker werden hebben we uiteraard eerst uitgeslapen. Dat doen we als we ergens 2 nachten staan. De slaap moet je af en toe wel even inhalen, anders is het niet vol te houden met elke dag vroeg op en hele stukken rijden.
Alice Springs leek me een hele leuke stad, toen we hier naar binnen reden. Het was behoorlijk groen in de buitenwijken en het oogde erg gezellig. Helaas hebben we tijdens deze dag de andere kant van Alice Springs gezien en de regen hielp er ook niet echt bij om het vrolijk te laten lijken. Toen we het centrum in reden zat het vol met aboriginals. Ze zitten de hele dag daar te hangen met elkaar, hard pratend, boeren latend en stinkend want die mensen wassen zich volgens mij ook niet... Echt waar, we liepen langs een stel in de supermarkt en ze lieten gewoon keihard een boer... en even later, op de parkeerplaats, stond er gewoon eentje te plassen! Wat een vieze mensen! Ook vinden we ze een beetje eng, want ze kijken allemaal zo boos; alsof wij hun stammen hebben opgejaagd en uitgemoord. Ik vind het echt heel erg om te zeggen, want als er iemand niet discrimineert, ben ik het wel! Maar dit zijn toch wel dingen die mij opvallen. En dan mag het bij hun heel gewoon zijn als je kinderen naakt over straat lopen, daar hoef ik toch niet tussen te leven...
Wat wel heel leuk en interessant was, was de school of air die wij hebben bezocht. Dit maakt het bezoek aan Alice Springs meer dan waard. The school of air is een systeem voor kinderen die binnen een straal van 1,3 miljoen km2 wonen en via internet, telefoon, fax en post les krijgen. Dit zijn kinderen van cattle-stations (oftewel veeboerderijen), aboriginal gemeenschappen, toeristenfaciliteiten (bijv. zoals Ayers Rock resort of wegrestaurants), nationale parken en militaire bases. Deze kinderen hebben geen school in de buurt en al helemaal geen buurtkinderen. Dus in 1951 werd de eerste radioschool opgericht. Het is bijna niet voor te stellen hoe dat allemaal in zijn werk gaat en dat dat voor hun heel normaal is. De meeste cattle stations hebben zoveel land, dat ze zelfs een air strip hebben, een stuk land waar vliegtuigen landen met bijv. post! Via die weg krijgen de kinderen dan ook hun schoolwerk. Het leuke aan the school of air die wij bezocht hebben vonden wij, was dat er tijdens ons bezoek 2 leraressen aan het werk waren en dus lesgaven achter hun computer. We hebben nog veel meer info, maar dat schrijven we hier allemaal maar niet op. Ik zou zeggen; google het of kom eens bij ons langs als we terug zijn ;-).
De andere bezienswaardigheid die wij hebben bezocht was de basis van de Royal Flying Doctors. Tot 2007 zat de telefooncentrale hier gevestigd, maar deze is toen verhuisd naar Port Augusta. Die telefooncentrale stond nog wel helemaal intact in het gebouw en daar hebben we natuurlijk rondgekeken. De radio staat nog aan en staat doorgeschakeld naar Port Augusta. Nu hebben ze hier nog wel de vliegbasis vanwaar alle vliegtuigen vertrekken. Ze bestrijken in totaal een diameter van 600 kilometer om Alice Springs heen! Gemiddeld vliegen ze 6 keer per dag uit vanaf Alice Springs voor noodhulp.
Verder was er in Alice springs niet zoveel te beleven, maar we hadden ook zoveel tijd doorgebracht in de School of Air en in de supermarkt, dat de dag alweer praktisch om was. Zoals jullie weten; om 17.00 uur gaat alles dicht! Eenmaal op de camping moesten we gaan koken en aangezien de regen nog niet was opgehouden, konden we niet bij onze camper koken en waren we gedwongen om in de gezamenlijke buitenkeuken te koken. Dat was nog wel lastig, omdat er meer mensen dat idee hadden en het dus best druk was, maar uiteindelijk hebben we heerlijke gebakken aardappeltjes,salade en hamburgers gegeten. De volgende dag, vandaag dus, vroeg eruit, want we moesten minimaal 710 kilometer rijden richting Queensland! In totaal moeten we 2285 kilometer rijden en we hebben het gepland om het in 3 dagen te doen. Onderweg hebben we niet zoveel gezien, met uitzondering van de Devil's Marbles. Dat zijn gigantische ronde rotsblokken die plotseling opduiken vlak voor Tennant Creek. Verder was het spannende stuk wat ons op de been hield, alle overstromingen die de snelwegen hebben geteisterd. Dat is heel normaal in deze tijd van het jaar, maar wij hebben zoiets nog nooit gezien, dus voor ons is het best vreemd! Je rijdt 110 en ineens staat er een bordje; water on the road. De eerste keer leek het niet zo ernstig, een beetje nattig alleen, dus Jeroen reed er met 100 overheen toen we erachter kwamen dat er toch wel minstens 10 cm water lag en we over het wegdek gleden! Wat zijn wij geschrokken! Zelfs Jeroen! Gelukkig weet Jeroen wat hij moet doen en heeft hij ons veilig eruit gehaald, maar de keren erna dat het wegdek nat leek, zijn we rustig genaderd! De meeste plassen zijn we met 30 km/uur doorheen gereden (ik heb ook een stuk gereden), maar 1 plas was echt ernstig diep! 40 centimeter diep, maar ja, dat was natuurlijk pas op het einde van de plas (die zeker 20 meter lang was) en toen we eenmaal reden, konden we niet meer terug natuurlijk. Dat stuk staat op film, wel leuk om terug te zien, maar toen was het wel echt spannend hoor! Nu staan we dus met een aantal anderen gratis te kamperen en zijn we net ernstig belaagd door tientallen muggen. Het is echt slagveld in onze camper! We gaan maar niet meer naar buiten, zelfs niet om te plassen. Jeroen heeft een fles en ik hou het maar op.... Hopelijk lukt me dat tot morgenochtend!

Slaap lekker mensen. Ben benieuwd of er nog kangoeroes langshuppelen vannacht! :)

Xxx JenL

De Mereenie Loop en de West McDonnell Ranges

Al vrij vroeg zweetten wij gisteren ons bed uit. Het was nog spannend wat we zouden aantreffen, omdat er die dag daarvoor al onweersbuien waren voorspeld en aangezien die niet waren gekomen, zou het goed kunnen dat we er mee wakker zouden worden. En dat zou weer jammer zijn, want dan zou de weg die we wilden nemen waarschijnlijk afgesloten worden. Dat we bezweet wakker werden was voor één keer wel fijn, want het betekende ZON!
En inderdaad, er waren in de verte wel wat wolken (sommigen zagen er onheilspellend uit), maar de zon scheen volop! Tijd om te ontbijten en aan te kleden. Daarna alle spullen opbergen in alle mogelijke opbergmogelijkheden, want we zouden vandaag gaan reizen over gravelwegen en zand! Dat betekent hobbels en gekke posities, dus de kans dat iets kapot gaat als het niet vast ligt is groot.
Eerst nog even de tank volgooien bij de Shell op Kings Canyon Resort, want we zouden tot Alice Springs slechts 1 tankstation tegenkomen en de kans dat dat niet te betalen is, is dan wel heel groot natuurlijk. Afgelegen tankstations vragen echt de hoofdprijs (overigens ook voor de levensmiddelen enzo). En zo ook deze; 2,04 per liter (dollar), maar ja, we hebben het toch nodig, dus helemaal vol die tank! Gelijk een vergunning aangevraagd voor de weg die we wilden rijden. Deze weg loopt namelijk door Aboriginal land en dat betekent dat je er niet zomaar mag gaan rijden. De dorpen aan die weg zijn helemaal verboden terrein! De weg was open gelukkig en de vergunning kostte 5,50, dus dat viel ook wel mee. Hebben we gelijk een leuk souvenir! Vanaf het resort liep de weg die we moesten hebben richting de Mereenie Loop, zoals de route heet. Na ongeveer 30 kilometer zat een stop en daarna mochten we 92 kilometer lang niet stoppen. Dat is ook één van de voorwaarden van deze weg te rijden. Langs de kant van de weg staan allemaal borden dat alcohol en porno verboden is en de straffen kunnen oplopen tot 22.000 dollar of zelfs gevangenisstraf! We vonden het allebei heel spannend om offroad te gaan rijden en zaten erg gespannen in de auto. Het was zoals ik verwachtte hobbelig en ik was constant bang dat de banden zouden klappen, maar een 4WD-auto is gemaakt voor zulke wegen, dus na een tijdje kon ik dat wel loslaten. Het was een prachtige weg waarbij we langs vele wilde paarden reden en het groener werd naarmate we verder reden. De eerste stop die we maakten, nadat dit was toegestaan, was Gosses Bluff, een krater met een doorsnede van 5 km, veroorzaakt door een ingeslagen meteoriet 142,5 miljoen jaar geleden. Het doemt echt op uit het niets, want eromheen is alles plat! Heel bijzonder om op een plek te staan waar zoveel jaren geleden iets groots uit de hemel is gekomen (die 5 km is slechts het gedeelte wat is overgebleven na zoveel miljoenen jaren). Daarna vervolgden we onze weg naar de West McDonnell Ranges en dit stuk is echt een paradijs op aarde! Het is een bergketen en het is echt groener dan je je kunt voorstellen. En dat ligt gewoon midden in de outback! In de ranges zijn we tal van keren gestopt om bepaalde dingen te bekijken. De eerste stop was Ormiston Gorg. Dit is een plek waar een definitieve waterpoel tussen 2 bergen ligt en waar je kunt zwemmen als je dat wilt. Het was erg rustig, want hier kon je alleen komen met een 4WD. De weg hier naartoe was echt moeilijk te bereiken, want op sommige plekken lagen zulke grote keien dat ik me afvroeg of we het met onze auto wel konden halen! Ormiston Gorge was een hele rustgevende plek, het wateroppervlak was strak en het water was doorzichtig. Hierna kwamen we vrij snel bij de Ochre Pits. Dit is een plek waar de Aboriginals, tot op de dag van vandaag, oker vandaan halen om te gebruiken als basis voor verf voor rituelen. Dit was heel indrukwekkend! Het is bijna niet voor te stellen dat er zoveel kleurtinten uit een rots kunnen komen. De laatste stop voor Alice Springs was Simpsons Gap. We waren al 7,5 uur onderweg en ik had eigenlijk niet zoveel zin meer om nog te gaan wandelen en iets te bekijken, omdat ik nogal moe was. Maar Jeroen haalde me over, dus we zijn toch gegaan. Het was gelukkig maar 10 minuten lopen naar de rotsenpartij waar schijnbaar black-footed rock wallaby's leven. Dit hadden we gelezen in de gidsen en dat was ook de reden dat Jeroen er toch even wilde gaan kijken. Natuurlijk geen rock-wallaby te zien, maar het was er wel prachtig met die rode rotsen en water. De blauwe lucht geeft een mooi contrast. Toen ik net klaar was met foto's maken kwam een groepsleider van een groepje bejaarde mensen me vertellen dat er een rock-wallaby op de rotsen zat. Hij heeft me tot 3 keer toe verteld waar hij zat, maar ik zag hem echt niet! Die beestjes zijn gecamoufleerd en slechts 50 centimeter groot... Tja, tussen die rotsenpartij is dat dus moeilijk te zien! Ik heb snel mijn lens verwisseld van mijn camera en toen die groepsleider net weg was, spotte ik hem! Hij zat heel relaxed op een rots met zijn rug naar ons toe te chillen. Ik heb 2 foto's geschoten en keek op naar Jeroen, want die had hem nog steeds niet gevonden. Toen ik wilde zeggen waar hij zat, kon ik hem wéér niet meer vinden. Bizar! Uiteindelijk is het wel gelukt en heeft Jeroen hem ook kunnen filmen. Toen we, na toch een uur daar te zijn geweest, terugliepen kwamen we bij de borden die informatie gaven over de beestjes. Het blijkt dat er slechts tussen de 15 en 20 leven op die plek bij Simpsons Gap en dat ze erg ‘shy' zijn. Ook zijn het bedreigde en beschermde dieren. Ongelooflijk, wij hadden er gewoon één gezien! We zijn die jongen die het ons vertelde erg dankbaar dat hij ze aan ons aanwees. Zonder hem hadden we hem nooit gevonden! Als je de foto's bekijkt, zul je het zelf zien.
Hierna was het nog 11 kilomter naar Alice Springs en daar hebben we voor 2 nachten een plekje geboekt. Wat een geweldigde dag hebben we er weer op zitten. Bijna 400 kilometer gereden, door aboriginal land en over onverharde wegen. Het was een groot avontuur die we niet hadden willen missen!

Tot morgen in Alice Springs :)

Liefs

Een verhaal van Jeroen; Kings Canyon

Wauw!

Dat was het woord van vandaag, wat was vandaag een ongelofelijke mooie dag. Het begon vandaag heel erg vroeg, al om 5:00 vanmorgen ging de wekker (niet prettig op je vakantie). We waren namelijk van plan om de zonsopgang te bekijken bij Uluru want dat moet je hebben gezien. Nadat we het zand uit onze ogen hadden gewreven en snel hadden aangekleed reden van de camping weg naar de rots. De rit vanaf de camping tot de sunset parkeerplaats is ongeveer 30 tot 45 minuten rijden afhankelijk van de drukte bij de entree van het park. Het was erg rustig dus we waren zo binnen bij de eerste rotonde stond duidelijk het bordje sunrise. Na ongeveer 10 minuten sloeg een bus af naar rechts waar ukutanutika (net verzonnen) of zoiets stond. Wellicht een andere toer want er stond geen bordje sunrise. Na ongeveer 10 minuten rijden zagen we al een glimp van de zon, alleen in onze rug en aan de andere kant van de rots. Dat kan niet goed zijn langzaam begon bij mij de stress toe te slaan want ik had toch die afslag moeten nemen, of niet... Ik wist het niet meer en terwijl de zon langzaam zichtbaar werd reed ik steeds verder van de zon en de plek waar we moesten zijn. Rondom Uluru is een weg dus ik moest een heel rondje maken om nog een poging te wagen om de parkeerplek te vinden. Ondertussen reed ik in het donker tussen de 80 en 100km/pu waar je 60 mag. Terwijl de zon steeds meer zichtbaar werd kwamen we bij de afslag waar de bus inging, er stond geen bordje sunrise maar toch maar rechtsaf slaan. De sfeer was redelijk gespannen omdat vooral ik angstig werd dat ik A vroeg was opgestaan en B de opgang zou gaan missen. Na 5 minuten rijden kwamen we alsnog bij de afslag voor de parkeerplaats, snel uitstappen en een goed plekje zoeken. We waren uiteindelijk ruim op tijd pas na 15 minuten kwam de zon echt door. Het moment was magisch de rots die langzaam rood werd was magisch om te zien. Wellicht kunnen jullie dit op de film zien anders moet je ons maar geloven. Na de opgang zijn we op weg gegaan naar Kings Canyon. Helaas wel een minpunt op onze weg, na ongeveer 50km reed ik een Tinka dood, snik... Ik zag hem niet tot dat we op 5 meter afstand waren en met 110km/pu kan je dan weinig doen. Ik denk dat ik de geluiden nog lang zal horen, dat was echt K**. Onderweg heb ik daarna nog wel via een noodstop een 2e aanrijding voorkomen, verder hebben we koeien, paarden, vogels, hagedissen en kamelen gezien. Er stond zelfs een kameel op de weg en dat was heel erg grappig en staat ook op film.
Na 3,5 uur rijden en 320 km verder kwamen we aan bij Kings Canyon, eerst een plekje gezocht met uitzicht op de canyon en daarna een hapje eten. Het was 34+ graden heel heet dus maar toch besloten we de Kings Canyon Rim Walk te gaan lopen. De wandeling is 6,5 km lang door de bergen en duurt ongeveer 3,5 uur. Met 4,5 liter water in onze rugzak begonnen we vol goede moed in de hitte aan onze wandeling. Het eerste stuk van de wandeling is een klim van ongeveer 20 minuten op rotsen die als trap fungeren. Ik kan je vertellen in de brandende zon en met 34+ graden en geen wind is dat geen pretje. Na deze klim hadden we een fantastisch vergezicht over de canyon en het omliggende landschap, ‘wauw' was het enige wat onze vermoeide lichamen eruit konden gooien. Even op adem komen en onze tocht vervolgen. De route staat opgegeven als medium / hard we moesten veel klimmen over rotsen en onze weg omhoog vinden. Met pijltjes werd de richting aangegeven die we moesten lopen en meestal wezen die bordjes omhoog. Na iedere klim stond ons weer een nieuwe verrassing te wachten. Of we kregen hele mooie vergezichten te zien of we kwamen ineens in een hofje van steen. Na ongeveer een uur lopen kwamen we middels een aantal zeer steile trappen terecht in the garden of eden. De naam verklapt het al een beetje, in een kloof tussen de rotsen stroomt een klein riviertje met aan die rivier palmbomen, bloemen en ander groen. De vogels vloten er vrolijk en hier en daar kwamen er wat hagedissen tevoorschijn. Terwijl het verder doodstil was gaf dit echt een hemels gevoel. Het deed zijn naam letterlijk meer dan eer aan. Als je het water volgt kom je uit bij een klein meertje van ongeveer 15 bij 10 meter. Je kan hier in zwemmen en met 34+ graden laat je je dat niet 2x zeggen. Ik ben in mijn boxer het water in gegaan en Linda had haar bikini al aan. Het was wel donker water en zeer diep dus je kan je wellicht voorstellen dat het toch een beetje eng aanvoelt. Ik ben voor de foto's een paar meter van de kant gezwommen. Voor de mensen die de blue lagoon kennen (film) een soortgelijk meertje komt hier ook in voor. Na deze heerlijke verkoeling zijn we verder gegaan met de 2e helft van onze hike. De vergezichten over de rotsen en de pleintjes bleven ons verbazen. De adrenaline liet ons ondanks de vreselijke hitten gewoon doorgaan. Mijn shirt was doorweekt van het zweet en 4,5 liter water verder kwamen we weer aan bij de parkeerplaats. De foto's (die we helaas niet kunnen plaatsen omdat ze zijn gemaakt met de camera waar we de kabel niet van hebben) zullen bewijzen hoe wonderschoon deze wandeling was. De grand canyon stond bij mij op 1, maar na deze wandeling staat kings canyon met stip op nr 1. De mooiste wandeling en omgeving ooit. Moe maar voldoen konden we vanaf onze campingplek van de zonsondergang genieten terwijl wij onze pasta naar binnen werkten. Morgen door de outback op 4x4 wegen naar Alice Springs nu lekker slapen.

Groetjes vanuit beneden onder!

Uluru 2

We're back and burning... ;)

Vanuit Kings Canyon Resort schrijf ik dit verhaal vanuit de geairconditioneerde camper om 13.00 uur in de middag, terwijl het buiten 37 graden is. Tijd om even rustig aan te doen dus, want nu buiten wandelen is onverstandig, nog niet eens vanwege de verbrandingsgevaren van de zon. Het is hier heel makkelijk om uitgedroogd te raken of om een zonnesteek te krijgen. Er wordt geadviseerd om 1 liter water per persoon per uur te drinken... nou daar kom ik natuurlijk nooit aan! Dan blijf ik maar liever uit de zon en doe ik rustig aan.
Gisterenochtend werden we wakker op Ayers Rock Resort op onze plek op de campground. We hadden geen wekker gezet en terwijl iedereen weg was om de zonsopgang bij de rots te bekijken werd ik heerlijk relaxed wakker door de vele vogelgeluiden om me heen.
Jeroen sliep nog, dus ik ben in mijn eentje voor de camper gaan zitten met een ontbijtje, koffie en een boek. Heerlijk om even een paar uur bij te komen; dat hadden we nog niet gedaan!
Toen Jeroen wakker was hebben we eerst een was in de machine gedaan en daarna uitgebreid gedoucht. De toiletten en douches zagen er hier goed uit! Schoon en beestjesvrij. Wat kun je ineens van warm stromend water genieten en al helemaal van een goede douchekop wanneer je voor langere tijd niet over een goede douche beschikt.
Na het douchen was de was klaar, dus die hebben we op een geimproviseerde waslijn opgehangen. Na 30 minuten konden we de boel weer zo'n beetje afhalen, want het droogt hier zo snel vanwege de hoge temperaturen! Jeroen is nog eventjes het zwembad ingedoken, maar ja, vanwege de vele libellen die boven het water vliegen, ben ik maar bij de camper gebleven. Wat ben ik toch een held...
Na het heerlijk rustig aan gedaan te hebben was het om 14.30 uur tijd om klaar te staan aan de kant van de weg, tot een Anangu-tours busje ons kwam ophalen. We hoefden gelukkig niet lang te wachten in de hitte. Bij de buschauffeuse hebben we de parkpas á 25 dollar aangeschaft (ze vragen hier echt overal geld voor!) en in 30 minuten werden we naar Uluru gebracht. Wat een machtig gezicht om Uluru steeds dichterbij te zien komen! Het is moeilijk om te schrijven wat ik voel als ik naar die rots kijk. Je voelt je zo klein en betekenisloos, onzichtbaar bijna. Aan de andere kant, als je er echt vlakbij staat, lijkt het net alsof hij je beschermt. Het is heel vreemd eigenlijk. De tour werd geleid door een aboriginal-gids, Rebecca Wheeler, en door haar aanwezigheid (ze praatte ook in haar eigen taal) werd dat gevoel van magie erg versterkt.
We begonnen de tour in het Cultural Centre, waar uitgebreid uitleg wordt gegeven over de cultuur, het ontstaan, de gebruiken, de taal, de voorouders, de manier van leven enz van de aboriginals in deze omgeving. Ook waren er 2 plekken waar je aboriginal art kon bekijken en kopen, wat overigens niet te betalen is! We zouden het geweldig vinden, zo'n schilderij aan onze muur, maar om er nou boven de 1000 dollar (= 750 euro) voor neer te leggen, dat is wel het minimaal voor een beetje een mooi schilderij.
Na het cultural centre werden we met de bus naar de start van de wandeling gebracht. De wandeling die wij gingen doen, was de Kunyia-wandeling. Het vertelt het verhaal van een aboriginal-vrouw van de kunyia-stam die een man vermoordt van de Liru-stam. Ze verandert in een slang (een python) en dat gevecht heeft sporen achtergelaten op Uluru. De aboriginals geloven heilig dat dit gebeurd is en tijdens de tour werden die sporen uitgelegd. Ook hebben we de heilige waterpoel en rotstekeningen van vroeger gezien. Daarnaast legde de gids (met een vertaler natuurlijk, want we verstonden er niets van!), uit hoe eten werd klaargemaakt en welke attributen daarvoor werden gebruikt. We mochten ook foto's van haar maken, maar alleen omdat ze daar toestemming voor heeft gegeven. Normaal mag dit absoluut niet! Het was echt een boeiende tour met veel informatie en Uluru heeft zoveel grotten, inkepingen, spleten, gaten wat je van veraf helemaal niet ziet. En wij hebben nog maar een heel klein stukje gezien. Na de tour hebben we onder het genot van een glas champagne en wat chippies de zonsondergang bekeken en zoveel mogelijk foto's gemaakt. Helaas was er bewolking waar de zon onder ging, waardoor we niet een volledige zonsondergang hebben meegemaakt. Nu Uluru ons in haar macht had en wij het gevoel hadden nog niet alles te hebben gezien, hebben we op de terugweg besloten dat we morgenochtend voor de zonsopgang klaar willen zitten, om nog 1 keer uitgebreid van de rots te mogen genieten.
Om ongeveer half 8 in de avond waren we terug op de camping en moesten we nog eten. Ik heb pannenkoeken gemaakt van de mix die ze hier verkopen. Heerlijke, zoete pannenkoeken, alleen heel moeilijk om goede te maken! De Australiërs kunnen nog wat leren van Koopmans! Na 2,5 pannenkoek (van 15 bij 10 Cm) zaten we propvol, die dingen zijn echt machtig (machtig is wel het thema van vandaag hihi).

Om half 9 gekeken of we nog ons verhaal op internet konden zetten + wat foto's, maar het gratis internet wat we gisteren vonden is helaas weg! Dan maar morgen!

xxx

ULURU!

Hi, how are ya'll?

Met ons is alles goed hoor! Vanmiddag hebben we gauw de twee andere verhalen geplaatst, omdat we toen duurbetaald internet hadden gevonden. Nu heb ik gratis internet gevonden en nog wel vanuit de camper ook! Nu kan ik dus het verhaal van vandaag plaatsen en hopelijk wat foto's!
We vertoeven ondertussen alweer 3 dagen in de outback en elke camping waar we tot nu toe waren was het internet kapot! De verhalen stonden klaar, maar ja, zonder aansluiting kunnen we er niets mee. Vergeet vooral de andere 2 verhalen niet te lezen (anders heb ik ze voor niets geschreven ;-)).

Vanmorgen stond de wekker om 07.00 uur, want we hadden een rit van ruim 700 kilometer voor de boeg! Tussen Coober Pedy en Uluru is er niet zoveel te beleven, dus we hadden geen zin om deze rit in tweeën te delen; zonde van de tijd!
Om 08.00 uur reden we door het centurm van Coober Pedy om te kijken of we nog ergens een kerk in konden, om te zien hoe dat in zijn werk gaat zo onder de grond. Helaas ging de orthodoxe kerk pas om 09.00 uur open en we hadden geen tijd om daarop te wachten. Verder is er niet zoveel te beleven in Coober Pedy, dus nadat we redelijk goedkoop (1,50 per liter) hadden getankt, zijn we op pad gegaan; op weg naar de echte outback!
Of toch niet? De outback is helemaal niet wat ik me er van had voorgesteld. Het is nog steeds prachtig en geweldig en groots en rustig hoor! Daar niet van! Alleen het is zo ontzettend groen... ik had de eerste 300 kilometer nog helemaal niet het gevoel dat we in de middle of no where zaten... Ik had het idee dat er achter elke boom een afslag schuilde, waar we af konden slaan naar een of ander modern stadje. Maar niets is minder waar... ongeveer om de 150 tot 250 kilometer (dit verschilt) zit een roadhouse waar je wat kan eten, plassen en tanken. De roadhouses zien er bijna allemaal vervallen uit en de toiletten zitten bijna overal in van die huisjes waar de beestjes gewoon naar binnen kunnen komen. Het toilet bij Eridunda spande de kroon. Meters-lange spinnenwebben hangen boven de toiletten! Ik ben wel naar de wc gegaan, want ik moest wel nodig plassen, maar uiteraard wel pas nadat ik grondig de gehele ruimte had geïnspecteerd! Jeroen vertelde later dat er in de mannenwc's spinnen zaten van ongeveer 10 centimeter groot! Maar goed dat ik die niet heb gezien! Tussen de roadhouses bevinden zich om de ongeveer 70 kilometer rest area's. Ze vinden veiligheid hier echt heel belangrijk, want er staan overal waarschuwingsborden dat je niet moe moet gaan rijden enzo. ‘Drowsy driver's die ‘, ‘Fatigue can kill' en ‘survive the drive' staan op de borden geschreven. Op deze rest area's kun je trouwens over het algemeen ook kamperen. Op sommige zijn goede faciliteiten aanwezig. Dat vind ik echt super aan Australië! Ze zorgen echt goed voor alle mensen.
Na die 300 kilometer rijden, waarvan ik de laatste 100 aan het rijden was, had ik pas echt het idee dat we in de outback zaten. We kwamen echt niemand tegen! Ik denk dat ik 2 uur gereden heb en dat we misschien 10 voertuigen zijn tegengekomen, waarvan meer dan de helft road trains waren.
Ja dan voelt het toch wel alsof we alleen op de wereld zijn... en dat gevoel is fantastisch!
Minder punt wel van het autorijden door de outback, zijn alle vogels die met gevaar voor eigen leven de weg overvliegen. Ik heb er dan ook 3 doodgereden. Echt zo erg! Ik kan de Stuart Highway, waar we op reden, beter de Try to dodge the birds Highway noemen. Ik heb er ook een hoop net niet geraakt zeg maar. En Jeroen helemaal geen een... mazzelaar! Gelukkig blijft het bij een paar vogels en honderden insecten ;-).
Op de stukken dat Jeroen rijdt heb ik uitgebreid gelezen over Uluru en de andere mooie plekken in Central Australia, om te bepalen wat de volgende stappen kunnen zijn. We blijven in ieder geval 2 nachten op Ayers Rock Resort en gaan eerst uitgebreid genieten van de grootste monoliet op aarde. We hebben besloten dat we daarna naar Kings Canyon willen rijden en over de Mereenie Loop (een 4WD weg) door de West McDonell Ranges rijden naar Alice Springs. Nu maar duimen dat die weg niet is afgesloten, zoals bij ons vorige plan naar Lake Eyre!
Tegen half 5 reden we dan eindelijk in de buurt van Uluru en terwijl op de achtergrond the Plain White T's speelden, zag ik hem ineens uit het niets opdoemen! Uluru.. ik werd helemaal enthousiast en begon gelijk harder te rijden! Wat is hij prachtig en wat ben ik gelukkig dat ik hem in het echt mag zien. Hij is echt waanzinnig groot en knalrood. We reden nog door allerlei heuvels, dus hij verdween elke keer weer, maar zodra hij weer in beeld kwam kwijnde ik gewoon weg. Hij is nog mooier dan ik me had voorgesteld en dus absoluut het omrijden van 4000 kilometer waard!
20 kilometer voor Uluru ligt Yulara, het ‘dorp' waar alle mogelijke slaapfaciliteiten zijn gevestigd; van 5-sterrenhotel tot aan de camping. Alles is hier mogelijk. In het nationale park mag je natuurlijk niet overnachten. We hebben een campingplaatsje ingecheckt en direct een tour geboekt bij Anangu-tours. De Anangu zijn de aborginals van deze omgeving en we krijgen dus een tour onder leiding van een aboriginal morgenavond! Ik ben heel erg benieuwd. We hebben al een paar foto's van de dichtstbijzijnde uitkijkpunt gemaakt, zodat jullie vast kunnen bekijken waar we nu zitten :).
Het is echt geweldig hier! Rood zand en erg warm (overdag 34 graden en 's nachts 22 graden). Gelukkig zijn de vliegen in Coober Pedy gebleven, voor het grootste gedeelte dan! Wel zitten hier dingo's... maar die hebben we nog niet gezien. Ow en onderweg hebben we ook een wilde baardagaam gezien! Dat was echt te schattig :)
Tot morgen als we Uluru van dichtbij hebben mee gemaakt!

Liefs, xx

PS mijn hand is niet meer opgezwollen en nu hebben mijn voeten het over genomen haha (maar dan van de warmte).

Port Augusta - Coober Pedy

Bzzzz!!!

Wat een dag vandaag! In totaal hebben we 530 kilometer gereden door de outback!
Van Port Augusta naar Coober Pedy, waar we nu zijn midden tussen de vliegen. Het is echt om gek van te worden! Ons aangepaste plan om naar Lake Eyre te rijden kon helaas niet doorgaan, omdat een belangrijke weg die wij wilden nemen, is afgesloten. Het heeft ook hier nogal veel geregend en daardoor zijn onverharde wegen soms onbegaanbaar geworden. Gerry waarschuwde ons hierover, dus dat is wel heel jammer. We zouden ook langs zijn werkplek gaan, de mijnen in de buurt van Roxby Downs, en dan had hij daar een rondleiding gegeven. Helaas gaat dit dus niet door. Terug naar ons originele plan; doorrijden naar Coober Pedy. Mijn vriendinnen weten, als ze goed hebben opgelet tijdens het vrijgezellenfeest, wat Coober Pedy voor plek is. Deze plek is erg bijzonder, omdat 60% van de bevolking hier onder de grond leeft. Coober Pedy staat bekend om zijn opaalmijnen die tot op de dag van vandaag nog steeds worden gegraven. In oude mijnen trekken vervolgens de mensen om daar te wonen.
Toen we vertrokken van de camping in Port Augusta hebben we eerst Apollo gebeld, vanwege het feit dat onze gaskabel kapot is en we dus niet kunnen koken en we er gisteren achter kwamen dat we alleen een 1-persoonsdeken hebben gekregen. De jongen van Apollo vond het heel erg; het blijkt dat we zelfs 2 slaapzakken hadden moeten krijgen! Als we in Alice Springs komen kunnen we daar alsnog 2 slaapzakken ophalen. In Port Augusta zijn we op zoek gegaan naar een winkel waar we een nieuwe kabel kunnen kopen en gelukkig de tweede winkel had hem! Nog gauw naar de apotheek, want mijn hand begint ondertussen vormen aan te nemen.... Hihi. Daar heb ik een zalf gekregen die ik maximaal 7 dagen mag gebruiken. Zal wel pittig spul zijn! Ik heb me de rest van de dag ingespoten met insecten-repellant in de hoop dat die alle prikinsecten weg zal houden. Aan het eind van de dag kom ik er overigens achter dat dit niet het geval is, want ik hoef echt maar 1 cm2 over te slaan en ze weten me te vinden hoor!
Om 11.00 uur begon onze eerste echte roadtrip door de outback van Australië en ik kan eigenlijk niet geloven wat ik allemaal heb gezien! Overal waar we keken; rood zand en hele groene struiken en bomen... en dat voor honderden kilometers lang. Het verbaast me hoe groen het hier is; aan het einde van de zomer zou je dat toch niet verwachten?! Later hoorden we van de eigenaar van de camping waar we nu verblijven dat allemaal te maken heeft met al die regen die Australië heeft gehad de afgelopen maanden. Normaal gesproken is het in de winter niet eens zo groen! Zo vertelde hij. Op de eerste rest area viel ons op dat we werden gestalkt door vliegen; die hadden we nog niet eerder gezien. Tot op heden is het vrij rustig geweest in insectenland, op uitzondering van die ene muggenbult na. Maar dit was niet te doen! We liepen een klein stukje en op Jeroen zijn rug telde ik er zo een stuk of 7! De beestjes die om zijn hoofd rond vlogen niet mee gerekend. Woest met onze armen om ons heen zwaaiend, zijn we gauw de auto ingestapt. In Woomera, de eerste betekenisvolle stad na Port Augusta, zijn we even uitgestapt, omdat Gerry ons dat had geadviseerd. Woomera is schijnbaar de grootste, op land gehouden, raketlanceerbasis ter wereld. In de jaren 50 en 60 werden hier proeven gedaan door de Britten met atoombommen, kernwapens en ander geschut. Een aantal raketten zijn vanaf hier de lucht in gegaan om satellieten af te leveren die tot op de dag van vandaag nog steeds om de aarde cirkelen. We hebben wat foto's gemaakt van oude vliegtuigen, raketten en bommen en zijn gauw verder gegaan, want ook hier werden we achterna gezeten door vliegen.
Na ongeveer 200 kilometer ben ik eindelijk ook achter het stuur gestapt van onze coole 4WD- Toyota! Het was wel even wennen hoor! Ik moest links rijden en toen ik naar links wilde om de bocht om te gaan, deed ik mijn ruitenwissers aan en zat ik met mijn rechterhand in de deur.... Haha! Uiteindelijk ben ik wel gewend hoor! Ik heb ongeveer 235 kilometer gereden toen ik er wel weer even klaar mee was. Het is behoorlijk opletten, omdat het vee daar gewoon graast en over de weg kan lopen. Zo kunnen er ook kangaroes de weg op springen. Ik heb ze nog niet gezien helaas. Wel een aantal koeien en een stuk of 8 emoes! Jeroen zag ze niet, want hij reed op dat moment. Ook is het oppassen geblazen voor de road trains die hier rijden; dat zijn enorme vrachtwagens met 2 of 3 opleggers die gewoon keihard doorrijden, wat ze ook tegenkomen. Wanneer het een beetje waait moet je dus goed je stuur vasthouden als er eentje passeert. Aan de kant van de weg hebben we een heleboel dode dieren gezien waarvan zeker 3 grote koeien. Ik mag hopen dat de road trains deze dieren hebben geschept, want je houdt geen auto over! Onderweg trouwens nog een behoorlijke crash tussen 2 auto's gezien! Die hadden elkaar frontaal, weliswaar aan de zijkant, geraakt. Het is ook niet zo raar; de snelweg, waar je 110 mag, bestaat uit 2 rijstroken... een voor elke rijrichting.. en dat zonder tussenberm of vangrail of wat dan ook!
Het klopt wat mensen zeggen; je kan soms uren rijden zonder dat je iemand tegenkomt. En als je dan iemand tegenkomt, dan zwaaien ze allemaal even kort naar je. Dus dat doe ik dan ook maar terug :).
Rond 18.00 zijn we in Coober Pedy aangekomen. Om 19.30 uur begon de opaalmijnentour, dus we moesten opschieten met koken en eten. Maar jemig, wat een hoop vliegen hier weer zeg! Zodra we de receptie inlopen zien we mogelijkheden om netten te kopen om over je pet heen te doen, zodat je gezicht wordt afgeschermd. We hebben geen moment getwijfeld en direct 2 van die dingen aangeschaft! Hup onze petten op, netten om en snel eten koken in een met gaas omgeven ruimte waar nog steeds 300 vliegen rondvliegen... Mensen die mij een beetje kennen denken nu waarschijnlijk dat ik de hele camping heb gezien en heb rondgerend en dat ik heel Coober Pedy bij elkaar heb geschreeuwd en dat valt echt mee hoor! Met dat net om mijn gezicht voel ik mij wel veilig, dus ik neem dat ding lekker mee naar Nederland voor juli/augustus haha!
Ondanks dat ik mezelf vandaag 3 keer heb gesprayd met insectenspul, ben ik tijdens de mijnentour gewoon nog 3 keer geprikt door iets... grr... Houdt het dan nooit op? Hopelijk worden deze bulten niet zo groot als die op mijn hand!
De opaalmijnentoer was heel interessant. Ik kan me heel goed voorstellen dat veel mensen hier failliet zijn gegaan of gok/drugs en/of alcoholverslavingen hebben, aangezien het zoeken naar opaal puur een kansspel is die je 9 van de 10 keer verliest. Hoe die mijnen werken, bewaren we voor thuis, want anders blijf ik schrijven! Morgenochtend gaan nog even zien hoe de mensen in Coober Pedy nu precies wonen, daar hebben we nu helaas geen tijd voor gehad.

Tot morgen!

x